Dementieschaal voor mensen met een verstandelijke handicap (DSVH)
M.A. Maaskant en J. Hoekman
|
|
Doel van de test
De DSVH is een gedragsbeoordelingsschaal die dient als hulpmiddel bij de diagnostiek van dementie bij volwassenen met een verstandelijke handicap. De Dementieschaal voor mensen met een verstandelijke handicap is geschikt voor afname bij alle niveaus en alle soorten van verstandelijke handicap. De schaal is zo opgesteld dat subtiele veranderingen al vanaf het begin van de dementie op betrouwbare en valide wijze in kaart kunnen worden gebracht. Bij dementerende cliënten met een verstandelijke handicap is het van groot belang dat in een zo vroeg mogelijk stadium de begeleiding aangepast wordt aan hun niveau van functioneren. Juiste begeleiding van deze cliënten kan een positieve invloed hebben op hun kwaliteit van leven. Afname van de DSVH leidt tot de classificatie 'dement' of 'niet dement'. De resultaten geven bovendien inzicht in:
- Het onderscheid tussen de ontwikkelingsachterstand ten gevolge van de verstandelijke handicap en de achteruitgang op latere leeftijd;
- Het stadium van dementie waarbij de symptomen horen;
- De aard en de snelheid van de veranderingen;
- Het onderscheid tussen de symptomen van aandoeningen die gepaard gaan met verschijnselen die lijken op die van dementie en de symptomen van dementie.
Toepassingsmogelijkheden
- Diagnostiek: het vroegtijdig en betrouwbaar kunnen classificeren van betrokkenen als ‘dement’ of ‘niet dement’;
- Kwalitatieve analyse: het verkrijgen van kwalitatieve aanwijzingen over de vraag of de symptomen passen bij een eerste, tweede, derde of vierde stadium van dementie;
- Monitoring: het in kaart brengen van de snelheid van achteruitgang of het herstel van vaardigheden;
- Differentiaaldiagnostiek: het bijdragen aan de besluitvorming over andere oorzaken van of verklaringen voor waargenomen achteruitgang in functioneren.
Wat meet de DSVH?
De DSVH bevat 60 vragen over aan dementie gerelateerde
verschijnselen. Afname van de DSVH geeft gedetailleerde informatie over
het gedrag van de betrokken persoon met betrekking tot deze
verschijnselen. De DSVH brengt daarbij in kaart of het verschijnsel
zich wél of niet voordoet, sinds wanneer het zich voordoet en
hoe het zich concreet manifesteert. Tevens wordt met de DSVH informatie
verzameld over hoe het verschijnsel zich gedraagt in de tijd: doet het
zich stabiel voor, zijn er verslechteringen of juist verbeteringen
waarneembaar? Afname van de DSVH geeft bovendien inzicht in hoe de
verschillende, bij een betrokkene opgetreden of juist niet opgetreden,
verschijnselen zouden kunnen samenhangen. Daarnaast bevat de DSVH 30
vragen voor de differentiaaldiagnostiek die aanwijzingen geven over
eventuele andere oorzaken voor de verschijnselen. Deze
differentiaaldiagnosevragen omvatten de volgende gebieden: visueel
functioneren, gehoor, pijn, hypothyreoïdie, medicatie,
foliumzuurdeficiëntie, depressie, CVA en slaapproblemen.
Voor wie?
De DSVH wordt door gedragsdeskundigen ingevuld op basis van een gestructureerd interview met één of twee informanten die de te onderzoeken persoon goed kennen. Informanten kunnen bijvoorbeeld naaste verwanten of persoonlijk begeleiders zijn. Bij voorkeur is ook de betrokken cliënt bij het interview aanwezig. De gedragsdeskundige die de DSVH gebruikt heeft bij voorkeur een testbevoegdheid c.q. diagnostische registratie. Ervaring met het onderzoeken van intelligentie en adaptieve vaardigheden van mensen met een verstandelijke handicap is wenselijk. De DSVH is geen vragenlijst die ter invulling kan worden uitgedeeld aan informanten.
Afname en scoring
De DSVH bevat 60 vragen die betrekking hebben op het gedrag van de betrokken persoon met een verstandelijke handicap. Bovendien bevat de DSVH 30 differentiaaldiagnosevragen die tijdens het gehele interview gesteld kunnen worden. Afname van het eerste interview duurt ongeveer 60 minuten. Wanneer er zich weinig veranderingen voor doen, is voor vervolginterviews minder tijd nodig.
Normgegevens
Op basis van uitgebreid psychometrisch onderzoek werden beslisregels geformuleerd die worden toegepast op de individuele testscores. Aan de hand van het toepassen van deze beslisregels op de testuitslag wordt het gedrag van de onderzochte persoon geclassificeerd als al dan niet kenmerkend voor dementie.
Cotanbeoordeling
- Uitgangspunten bij de testconstructie: voldoende
- Kwaliteit van het testmateriaal: voldoende
- Kwaliteit van de handleiding: goed
- Normen: onvoldoende1
- Betrouwbaarheid: onvoldoende2
- Begripsvaliditeit: onvoldoende3
- Criteriumvaliditeit: voldoende4
1 Wijzigingen in afname en scoring tijdens normeringsproces; normgroep niet representatief en/of de representativiteit is niet te beoordelen. 2 Te weinig gegevens; wel aanwezige gegevens hebben betrekking op kleine groepen. 3 Te weinig onderzoek. 4 De 'voldoende' betreft alleen het gebruiksdoel 'diagnose dementie' en geldt niet voor de andere meetpretenties van de test.
Materialen
Download de Aandachtspuntenlijst Veroudering bij mensen met een verstandelijke handicap voor Begeleiders (AVB) (PDF, 140 kB).
Het materiaal van de DSVH bestaat uit:




